Juni 1934 in Jena
Juni 1934 in Jena

Jenaplanscholen (1924)

In 1924 ontwikkelde Peter Peterson, hoogleraar opvoedkunde in Jena, een nieuwe onderwijsvorm op verzoek van ouders waarvan de meesten werkten aan de universiteit waaraan hij verbonden was. Hij doorbrak het klassenverband en plaatste kinderen in stamgroepen. Net zoals dat gebeurt in een gezin, groeiden kinderen van verschillende leeftijden zo met elkaar op. Petersen beschreef de onderwijskundige uitgangspunten van het Jenaplan, een wetenschappelijke gefundeerde aanpak, in het boek Van didactiek naar onderwijspedagogiek. De basisactiviteiten spreken, spelen, werken en vieren zijn de vaste elementen voor het werken en realiseren van alle plannen. Een Jenaplan is ook daadwerkelijk een plan, dat -als het wordt uitgevoerd- een leerproces is. Bakens worden uitgezet, net als bij een reis, zonder schoolse einddoelen die de ontwikkeling beperken.
Ook op de Jenaplanschool is geen sprake van een lesrooster en wordt gewerkt met een ritmisch weekplan. De blokperiode is de dagelijkse werktijd waar kinderen leren werken en een eigen werkritme leren ontwikkelen. Naast groepsactiviteiten is er ruimte voor individueel werken. Rust opzoeken, nadenken en werk voorbereiden zijn activiteiten waar kinderen gaandeweg steeds meer samen en alleen verantwoordelijkheid in nemen. Met zorg is de fysieke ruimte waarin de kinderen werken vormgegeven. De ruimte heeft een open en huiselijk karakter, maar de wereld is er nadrukkelijk aanwezig. Eigen werk is volop te zien en is een inspiratiebron voor de kinderen. De stamgroepen dragen zelf zorg en verantwoordelijkheid voor ‘hun’ ruimte. Door het open karakter van de ruimten heerst er op de Jenaplanscholen een werkzame en actieve sfeer.