Triband Verantwoorden is in het licht van de gehele onderwijshistorie een vrij jonge werkwijze om anders te kunnen evalueren en verantwoorden. Historisch gezien start de discussie in de jaren ’90. De overheid schrijft Kerndoelen voor die globaal duidelijk maken wat een school in elk geval aan haar leerlingen moet aanbieden in de periode dat zij basisonderwijs genieten. Deze kerndoelen krijgen een praktische uitwerking in de zogeheten TULE: Tussendoelen en Leerlijnen (nu inhouden en activiteiten genoemd).

Verzet

Deze TULE zijn handreikingen voor leraren, leermiddelenontwikkelaars, opleiders, inspecteurs en andere stakeholders om hen te ondersteunen bij het operationaliseren en implementeren van de kerndoelen, die gericht zijn op met name cognitieve en ook sociale vaardigheden. Vrijescholen verzetten zich tegen de Kerndoelen en doen een mislukte juridische poging om de wettelijke Kerndoelen niet te erkennen. De wettelijke ruimte die er is om eigen kerndoelen te formuleren gebruiken zij niet.

Kernkwaliteiten

In de eerste jaren van de 21e eeuw kan de volgende stap niet uitblijven. Als je een eigen curriculum hebt of aanvullingen op het landelijke curriculum die belangrijk zijn of zelfs centraal staan in jouw onderwijsvisie, moet je ook duidelijk maken welke verworvenheden kinderen zich dan eigen maken. De eerste beelden ontstaan over kernkwaliteiten naast cognitieve en sociale vaardigheden. Aan de hand van de theorie en visie van Fred Korthagen, Leren van binnenuit, wordt gezocht naar de samenhang tussen cognitieve, sociale en affectieve vaardigheden. Langzaam groeit het beeld dat wij later bij Biesta vinden in Goed onderwijs en de cultuur van het meten (2012). Biesta stelt daarin dat het risico van de cultuur van het meten is dat de aandacht afgeleid wordt van waar het in het onderwijs echt om zou moeten gaan. Wat is goed onderwijs? Wat kun je doen om de discussie over de doelen van het onderwijs op een vernieuwende en nauwkeuriger manier aan te gaan?

Weten, doen, samenleven en zijn

De situatie is duidelijk. Scholen zijn al wel zo ver dat ze de inhoud in beeld hebben evenals het belang van het curriculum, waarbij het gaat om ‘weten, doen, samenleven en zijn’. Dat levert verworvenheden op die ze in kaart willen brengen. Echter, daarvoor zijn de toetsen die gebaseerd zijn op wat alle kinderen in Nederland moeten weten en kunnen op het gebied van rekenen en taal niet voldoende en niet passend. De nieuwe instrumenten die sociaal-emotionele vaardigheden toetsen, blijken niet ingericht op de persoonlijke ontwikkeling en groei van kinderen gedurende de looptijd op school.

Recht doen aan persoonlijke ontwikkeling

In 2007, 2008 en 2009 vinden opnieuw Opbrengstconferenties plaats. In samenwerking met Netwerk SOVO en Kennisnet krijgt de zoektocht naar anders evalueren en verantwoorden een doorstart. Een extra dimensie was de wens die leefde om een digitaal volgsysteem te ontwikkelen dat de verworvenheden op kindniveau op basis van assessment en toetsen kon registreren. Ook ‘gewone’ scholen doen mee die, beklemd door de huidige meetcultuur, vinden dat kinderen geen recht wordt gedaan in hun persoonlijke ontwikkeling. ‘Worden wie je bent’ en daarmee het ‘zijn’ wordt er immers ondergeschikt gemaakt. In het Project De opbrengst dat ben ik…  werken scholen in tweetallen samen en komen zij regelmatig bijeen om als grote groep het horizontaal verstrengelen van kennis te bevorderen. Parallel loopt er een traject voor leidinggevenden om de ontwikkelingen in de klas te bespreken als basis voor ontwikkeling van de school zelf. De Dynamische leerlingmonitor komt op de markt en groeit uit tot de Levend Leren Monitor.

Anders verantwoorden

In 2009 en 2011 zijn er namelijk weer Opbrengstconferenties. In deze periode ontstaat het instrument Triband Verantwoorden uit een samenwerking tussen APS en Prof. Gert Biesta. Zij ontwikkelen ook de bijbehorende Verantwoordingsmatrix die het verantwoorden van opbrengst op basis van landelijke normen, op basis van waarden van de school én op basis van de ontwikkeling van de kinderen schematiseert. Gecombineerd met de drie centrale domeinen van het onderwijs Kwalificatie, Socialisatie en Subjectwording, levert dat een werkwijze op waarmee een schoolleiding intern en extern verantwoording kan afleggen. Het schoolconcept en de curriculumkeuzes worden gewaarborgd en de leraren kunnen werken met het Pedagogisch Evaluatieprogramma. De Verantwoordingskalender is het cyclische programma waarmee de school het volgen van kinderen borgt. Scholen die een toetskalender hanteren zorgen ervoor dat de toetskalender onderdeel is van de Verantwoordingskalender.

Talent als doel

In de tweede helft van de jaren negentig ontstaan vervolgens wel initiatieven om een eigen curriculum uit te werken. Vrijescholen vragen hiertoe veldonderzoek aan bij SLO, het nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling, net als Jenaplan en Freinet dat doen. De scholen kunnen zich gesteund voelen door het UNESCO-rapport van de commissie Delors: Learning the treasure within dat verschijnt in 1996. Een belangrijke conclusie daarin is dat het onderwijs tot doel had de talenten te ontdekken en naar boven te brengen die als een schat verborgen liggen in ieder individu.

Splitsing

In maart 2006 vindt er een Opbrengstconferentie plaats van waaruit in samenwerking met en gefinancierd door Netwerk SOVO (koepel van verenigingen van traditionele en nieuwe vernieuwers) het project ‘Verworvenheden in kaart’ wordt gestart. Per onderwijsconcept gaan twee scholen meedoen aan de zoektocht naar verworvenheden. Het is een thema dat landelijk ook leeft, maar dan ‘opbrengst’ gaat heten. De bestaande meetcultuur blijkt onmiddellijk de betekenis en het belang van de brede ontwikkeling van kinderen in het onderwijs te beperken. De door de COTAN genormeerde toetsen, Cito, worden leidinggevend en sturend in het onderwijs. Zowel voor wat betreft de inhoud (rekenen en taal inclusief spelling) als voor het bewijs van goed onderwijs. De open discussie slaat dood en de vernieuwingsscholen gaan samen verder. Ze zoeken verdieping op wat volgens hen de ‘opbrengst’ moet zijn en hoe je dat kunt aantonen. De volgende fase dient zich aan.

Nieuw pedagogisch evaluatieprogramma

Samen met Prof. Mien Segers gaan de vernieuwende scholen op zoek naar een pedagogisch evaluatieprogramma, waarin assessmentvormen én traditioneel toetsen tot het repertoire van de leraar behoren. Het portfolio ‘assessment’ groeit uit tot een Pedagogisch KindWerkDossier met diverse hoofdstukken. Bestwerk, Leerdoelen en een persoonlijk hoofdstuk komen er altijd in voor. De brief aan de Tweede Kamer met de bijlage Een andere kijk op toetsen van Prof. Janssens sterkt de pioniers in hun zoektocht.

Breder delen

Rond 2010 neemt het toenmalige APS het stokje over voor de laatste stap. De inhoud, het pedagogisch evalueren op maat van het onderwijsconcept en op maat van het kind, is niet voldoende voor het afleggen van de wettelijke vereiste verantwoording van het gevoerde onderwijs. SLOA biedt kans voor een nieuw project, dat het mogelijk maakt verscheidene perspectieven vanuit de wetenschap te betrekken, zoals Biesta, Earl, Volman en anderen. Het project stelt de betrokken scholen in staat de ontwikkeling te delen met de Onderwijsinspectie. En het wordt nog breder getrokken. De basis blijft Primair Onderwijs maar ook scholen in het Voortgezet Onderwijs raken betrokken. Gaandeweg worden de bevindingen op landelijke symposia en onderwijscongressen, zoals OOGST, gedeeld. In die periode komt de Onderwijsraad met het advies ‘Onderwijs en maatschappelijke verwachtingen’. Het project en de stappen die gezet worden vallen daar deels mee samen. Het werk van de Commissie Dijsselbloem bepaalt de grote agenda en gelijktijdige ontwikkelingen komen -helaas- in de schaduw.

Nu

Op dit moment staan scholen die een vernieuwend onderwijsconcept hanteren en daarover proactief en professioneel verantwoorden willen afleggen, diverse cursussen en trajecten ter beschikking. Zo zijn er de implementatietrajecten met scholen en individuele leraren vanuit Quartz en is er de Masterclass Pedagogisch Meesterschap, Anders Evalueren & Verantwoorden in samenwerking Hogeschool Leiden, Centrum Onderwijs & Innovatie. Daarnaast vindt er samenwerking plaatst met het Montessori Netwerk Amsterdam voor een Model Advies PO/VO op dezelfde basis. Jaarlijks volgen vijftig deelnemers de masterclass en nemen er velen deel aan de teamtrajecten en directiecursussen. Zij ontdekken dat er wel degelijk ruimte is voor eigenheid en dat zij een proactieve partner kunnen zijn in het verantwoordingstraject met de Onderwijsinspectie. Anders Evalueren & Verantwoorden is een realiteit geworden.